Waarom je je als moeder nooit meer helemaal jezelf voelt

Je staat in de supermarkt en ziet een vrouw zonder kinderen rustig een fles wijn uitkiezen, en heel even voel je iets dat lijkt op heimwee. Niet naar de wijn, niet eens naar de rust, maar naar het gevoel dat je ooit had: dat je gewoon iemand was, zonder erbij na te hoeven denken. Je houdt zielsveel van je kind. En toch mis je iemand. Jezelf. Dat gevoel, jezelf kwijt zijn als moeder, heeft zelfs een naam. Daarover zo meer.
Als je dat herkent, ben je niet ondankbaar en ook niet in de war. Je maakt iets mee dat bijna elke moeder meemaakt en waar bijna niemand het over heeft: je bent niet gewoon moeder gewórden, je bent er iemand anders van geworden. Dit artikel lost dat niet op, want het is geen probleem dat opgelost hoeft te worden. Maar het geeft je wel woorden voor iets dat je waarschijnlijk al lang voelt.
Er bestaat een woord voor
De overgang naar het moederschap heeft een naam: matrescence. Net zoals adolescentie de verbouwing van kind naar volwassene beschrijft, beschrijft matrescence de verbouwing van vrouw naar moeder. En het woord verbouwing is hier precies goed gekozen. Je hormonen veranderen, je brein verandert, je prioriteiten schuiven, je relaties verschuiven mee, en je dagindeling wordt overgenomen door iemand van een paar kilo.
Bij een puber vinden we het volkomen logisch dat die zichzelf een tijd kwijt is. We verwachten stemmingen, zoeken, twijfel. Maar van een kersverse moeder verwachten we dat ze na een paar weken weer gewoon zichzelf is, alleen dan met kind. Alsof er niets wezenlijks veranderd is.
Er is wel iets wezenlijks veranderd. En als je dan merkt dat je jezelf niet meer herkent, ga je al snel denken dat er iets mis is met jou. Dat is de omgekeerde wereld. Er is niets mis met jou. Er is iets gebeurd met jou, en dat is iets heel anders.
Waarom gaat het gevoel dat je jezelf kwijt bent niet vanzelf over?
Veel moeders denken: dit is een fase, straks slaapt ze door en dan word ik weer mezelf. Maar het gevoel van jezelf kwijt zijn houdt zich niet aan de leeftijd van je kind. Moeders van peuters voelen het, moeders van tieners voelen het soms nog.
Dat komt doordat het niet alleen over tijd en slaap gaat. Het gaat over hoe je hoofd is gaan werken. Er draait bij jou continu een achtergrondprogramma mee: is er fruit in huis, heeft hij zijn gymtas mee, wanneer was die afspraak bij het consultatiebureau ook alweer. Zelfs op momenten die van jou zouden moeten zijn, staat een deel van je aandacht bij je kind. Wie je was, kon nog wel eens ergens helemáál zijn. Wie je nu bent, is bijna altijd op twee plekken tegelijk.
Daar komt bij dat de dingen die vroeger vertelden wie je was, stuk voor stuk kleiner zijn geworden. Je werk, je vriendschappen, je sport, je spontane avonden: ze zijn er misschien nog wel, maar in een uitgeklede versie. Wat overblijft is de rol die het hardst om je vraagt. En een rol, hoe liefdevol ook, is niet hetzelfde als een zelf.
Je bent jezelf niet kwijtgeraakt. Je bent verbouwd, en niemand had je verteld dat dat erbij hoorde.
Terug naar je oude ik is niet het doel
Hier zit een valkuil. Zodra je merkt dat je jezelf mist, wil je terug. Terug naar de vrouw die spontaan was, energie had, plannen maakte. Maar die vrouw bestaat niet meer, en dat is geen verlies om te ontkennen maar ook geen reden voor paniek. Jij bent verder gegaan. Je hebt dingen gezien, gevoeld en gedragen die zij nog niet kende.
De vraag is dus niet: hoe word ik weer wie ik was? De vraag is: wie ben ik nu, en wat van vroeger neem ik mee? Sommige dingen van je oude ik horen bij je en verdienen het om terug te komen, al is het in een kleinere vorm. Andere dingen mag je met een gerust hart achterlaten. Een fijn startpunt daarvoor is de oefening in Wie was je ook alweer, vóór de kinderen? Dat uitzoeken is geen luxeproject voor als de kinderen groot zijn. Het is onderhoud, net zo nodig als slaap.
Wat kun je vandaag met dit besef?
Niet zoveel, en juist dat is de opluchting. Je hoeft vandaag niets te fixen. Het enige dat dit artikel je wil geven is een andere bril.
Als je je vanavond weer even een vreemde voelt in je eigen leven, zeg dan niet tegen jezelf "wat is er toch mis met mij". Zeg: dit is matrescence, ik zit midden in een verbouwing, en tijdens een verbouwing ziet het er altijd rommelig uit. Dat klinkt klein, maar het scheelt enorm of je jezelf als probleem ziet of als iemand die iets groots doormaakt. Wil je hier verder in, dan is de cursus Weer jezelf worden precies hiervoor gemaakt.
En praat erover. Met je partner, met een vriendin, met een andere moeder op het schoolplein. Je zult merken dat bijna iedereen iets terugzegt in de trant van: ja, dat heb ik dus ook. Het gevoel dat je jezelf kwijt bent, is een stuk lichter om te dragen zodra je weet dat je het niet in je eentje draagt. Blijft het gevoel zwaar, somber of uitzichtloos aanvoelen, dan is je huisarts een goede eerste stap, en op mind.nl vind je een luisterend oor. Voor al het andere geldt: je bent niet kwijt. Je bent onderweg.
Veelgestelde vragen
- Is het normaal dat ik mezelf kwijt ben sinds ik moeder ben?
- Ja, heel normaal, al praat bijna niemand erover. De overgang naar het moederschap verandert je hormonen, je brein, je relaties en je dagindeling. Het is logisch dat je jezelf dan een tijd niet herkent, net zoals we dat bij pubers logisch vinden. Er is niets mis met jou. Er is iets gebeurd met jou, en dat is iets heel anders.
- Wat is matrescence?
- Matrescence is het woord voor de overgang van vrouw naar moeder, vergelijkbaar met adolescentie als overgang van kind naar volwassene. Het beschrijft de verbouwing die het moederschap in gang zet: lichamelijk, mentaal en sociaal. Het idee erachter is geruststellend: je bent niet in de war, je zit midden in een normale, grote verandering waar tijd overheen mag gaan.
- Hoe word ik weer mezelf na het krijgen van kinderen?
- Niet door terug te willen naar wie je was, want die vrouw bestaat niet meer en dat is oké. De vraag is eerder: wie ben je nu, en wat van vroeger neem je mee? Begin klein: zet één ding terug dat echt bij jou hoort, en praat erover met mensen die het herkennen. Kleine, vaste stappen werken beter dan grote plannen.
- Wanneer is het meer dan een fase en moet ik hulp zoeken?
- Als het gevoel zwaar, somber of uitzichtloos wordt, of als je langere tijd nergens meer van kunt genieten, is je huisarts een goede eerste stap. Dat is geen overdreven reactie, maar gewoon zorgzaam voor jezelf. Op mind.nl vind je daarnaast betrouwbare informatie en een luisterend oor als je er even met iemand over wilt praten.