Je kind wil niet gaan slapen

Het is bedtijd geweest, allang, en je kind heeft ineens dorst, moet plassen, is bang, mist een knuffel en wil nog één vraag stellen. Jij wilt gewoon even een avond voor jezelf, en dat is volkomen terecht. Bedtijd rekken hoort bij deze leeftijd, het betekent niet dat je iets verkeerd doet.
- Doe elke avond exact hetzelfde ritueel. Zelfde volgorde, zelfde tijd: bijvoorbeeld pyjama, tanden, boekje, liedje, licht uit. Een voorspelbaar ritueel maakt het brein slaperig en geeft minder ruimte om te onderhandelen.
- Dim het huis een uur van tevoren. Lampen lager, geen schermen meer, geen wilde spelletjes. Een kind dat opgefokt de trap op gaat, ligt niet ineens rustig in bed.
- Kondig het einde concreet aan. "Nog één boekje, dan gaat het licht uit" en houd je daaraan, ook als het protest komt. Elke keer dat je toch nog één boekje toegeeft, leer je je kind dat doorzeuren werkt.
- Vang de standaardsmoezen vóór het licht uitgaat. Slokje water naast het bed, nog even plassen, knuffel checken. Dan kun je daarna rustig zeggen: "Dat hebben we al gedaan."
- Vraag liggen, geen slapen. "Je hoeft niet te slapen, je moet wel in bed blijven met het licht uit." Dat haalt de strijd eruit, en een kind dat rustig ligt valt meestal vanzelf in slaap.
- Breng saai en stil terug. Komt je kind eruit, breng het dan zonder discussie en zonder boosheid terug naar bed, desnoods tien keer. Weinig woorden, weinig oogcontact: hoe minder er te halen valt, hoe sneller het stopt.
- Kijk kritisch naar het middagslaapje en de bedtijd. Een peuter die tot vier uur heeft geslapen, is om zeven uur gewoon nog niet moe. Soms lost een korter dutje of een kwartier latere bedtijd het halve probleem op.
- Let op je eigen spanning. Als jij om acht uur al met opgetrokken schouders de trap op loopt, voelt je kind dat feilloos. Adem een paar keer uit voordat je naar boven gaat en zeg tegen jezelf: dit duurt een fase, geen eeuwigheid.
Sommige avonden winnen zij, en ook dan wordt het gewoon weer ochtend.